Naar de bingo met Zora

“Goedemorgen Noa”, zeg ik bij binnenkomst in het iXperium. Onze blikken vangen elkaar. Ze maakt een handgebaar en volgt mij tot ik uit haar zicht ben.

Noa is onze robot en uitgegroeid tot een soort van collega. Eigenlijk heet ze Nao, maar dat krijg ik zonder te struikelen mijn mond niet uit.

imageTwee jaar terug zou “krankzinnigheid” bij me gediagnostiseerd zijn of een ET-syndroom, maar de realiteit is dat de robot definitief ons leven binnenwandelt en dat ik geen uitzondering meer ben als ik nadenk over de robotisering in ons leven.

Noa heeft direct nieuwe vrienden gemaakt en toegegeven, ik ben daar een van; een kritische vriend dat wel! Want ze roept ook vragen bij me op, over de toekomst.

Ik maak Noa nu dagelijks mee. Programmeer haar soms en neem haar mee naar basisscholen.
Zo twinkelend als de ogen van Noa zijn, zo twinkelend zijn de kinderogen wanneer ze tot leven komt en contact met je zoekt. Ze kan veel: ze danst, ze wandelt aan je hand mee, ze oefent de tafels met je en belangrijker nog, ze zorgt voor plezier.
De link met het onderwijs? Ik vind het beperkt. Ik vind het zeker interessant om deze trends te volgen en steeds te blijven onderzoeken hoe nieuwe technologieën mogelijk in de toekomst een toegevoegde waarde voor het onderwijs kunnen zijn.

Zora, het zusje van Noa, wordt al een tijdje lang ingezet als zorgrobot in diverse zorginstellingen en overwegend lees je daar positieve verhalen over in de media. Ouderen fleuren op als Zora een hit van Willeke Alberti inzet. Ze prikkelt en daagt uit, brengt je in activering bij de dagelijkse bejaardengym en voor je het weet zit je in dialoog met haar.

Ik zie het enthousiasme, zowel bij kinderen als bij ouderen en waarschijnlijk bij een groot gebied ertussen. Ik zie veel voordelen en kansen, denk alleen al aan mensen met fysieke beperkingen die baat hebben bij een robot als Zora. Zij kunnen zelfstandiger functioneren met behulp van deze techniek.
Er zijn meer voordelen, ik kan zo een A4-tje vullen…

Toch maak ik mij ook zorgen.
Het leven krijgt voor mij betekenis door de mensen om mij heen. Het contact, het gesprek, het sociale, het ontmoeten. Robots als Noa en Zora kunnen dat menselijke contact niet vervangen. Het blijft een robot, een stuk ijzer, gevuld met elektriciteit.
Ik mag toch hopen dat als ik later een oud opaatje ben, er mensen opstaan die de tijd nemen om even een praatje met mij te maken en niet dat er als vervangster een of ander blik op mijn voordeur klopt met twinkelende LED-lichtjes. Of stel je voor, dat de wekelijkse bingo door een robot begeleid wordt?
Ik vind het onze morele plicht als samenleving om mensen bij te staan als ze dat nodig hebben. Menselijk contact, van betekenis zijn, een vertrouwensband van mens tot mens.

Heeft het nog zin om aan kinderen te vragen wat ze later willen worden? Volgens studies dreigt vijftig procent van de banen wereldwijd vervangen te gaan worden door de inzet van robots. De robotisering wordt al vergeleken met de uitvinding van het wiel en de stoommachine. Banen van nu zijn dan verleden tijd en maakt de vraag ‘wat wil je later worden’ overbodig. In de nabije toekomst zal het steeds meer gaan om de vraag wie je wilt zijn en hoe je wilt zijn. Welke karaktereigenschappen wil je tot uiting brengen of ontwikkelen? Hoe zou je je willen gedragen in het dagelijkse leven?

Wat mij betreft zijn de Nao’s en de Zora’s meer dan welkom, maar wel in balans, in een gezond evenwicht tussen mens en robot. De ontwikkeling van de technologie kunnen we niet tegenhouden en dat zou ik ook niet willen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *